Steeds meer gemeenten willen mensen met een beperking aan het sporten krijgen

van nos.nl Mensen met een lichamelijke beperking sporten een stuk minder dan mensen zonder beperking. Het doel van de Paralympische Spelen, die dinsdag beginnen, is om hen te inspireren om meer te gaan bewegen. De laatste jaren komen er ook steeds meer lokale initiatieven bij om de doelgroep aan het sporten te krijgen.

“De sportdeelname van mensen met een lichamelijke beperking is de laatste jaren min of meer gelijk gebleven”, zegt Caroline van Lindert, onderzoeker aan het Mulier Instituut, “terwijl het percentage van mensen zónder beperking dat sport wel licht toeneemt.” In 2019 sportte 53 procent van de totale bevolking (boven de 12 jaar), tegenover 24 procent van de mensen met een lichamelijke beperking.

Volgens Van Lindert zijn er twee soorten drempels voor deze doelgroep. “Je hebt persoonlijke drempels, zoals angst, pijnklachten en een gebrek aan kennis. Daarnaast heb je omgevingsfactoren: accommodaties die onvoldoende zijn aangepast, ingewikkeld vervoer, dure hulpmiddelen die nodig zijn.”

Mobilitheek voor sporthulpmiddelen

Deze drempels wegnemen vraagt veel begeleiding en aanpak op maat. Daar zijn steeds meer gemeenten van doordrongen. Zo hebben alle gemeenten inmiddels speciale buurtsportcoaches in dienst die mensen kunnen begeleiden.

Eén ander nieuw initiatief is de ‘mobilitheek’ in Den Haag. Deze uitleenservice voor sporthulpmiddelen is een project van de gemeente samen met de Haagse Hogeschool, Basalt Revalidatie en Kenniscentrum Sport en Bewegen. “Mensen kunnen hier komen voor advies maar kunnen ook een loopfiets of een handbike lenen om het eens uit te proberen”, zegt beweegconsulent Simone Hoek. “En mocht het bevallen kan ik ze helpen met het aanvragen van zo’n hulpmiddel.”

Dubbele onderbeenamputatie

Zo wees ze Erwin Duquesnoy op het bestaan van een handbike. Duquesnoy verloor zijn beide onderbenen door diabetes, maar was daarvoor heel sportief. “Ik dacht lang dat ik wel weer zou gaan snowboarden of surfen, maar inmiddels heb ik me erbij neergelegd dat dat er niet meer inzit”, zegt hij.

Want net toen hij weer aan het bewegen was geslagen kwam de volgende klap: Duquesnoy moest ook een nier- en alvleeskliertransplantatie ondergaan. “Het was keihard werken aan mijn herstel, maar inmiddels ben ik weer klaar om te beginnen met sport, want blijven bewegen is voor mij van levensbelang. De wil is er, maar je redt het niet alleen. Want waar moet je beginnen?”

Hij via via een handbike kopen, maar mist wel nog een duwtje in de rug: “Ik wil er dan meteen voor gaan dus koos niet voor de leenfiets. Als je nou iemand zou kennen die zegt: kom op, zaterdag gaan we een stukje fietsen. Iemand die ook een beperking heeft. Maar zo iemand ken ik niet. Ik zie ook niet een handbike op straat.”

Meer nodig

Inmiddels hebben de meeste gemeenten de doelgroep goed in het vizier, zegt Caroline van Lindert van het Mulier Instituut. Maar er zijn nog grote verschillen, bijvoorbeeld in welke hulpmiddelen ze vergoeden. Elke gemeente heeft nu een buurtsportcoach, maar dat betekent niet dat diegene zich volledig kan richten op de doelgroep met een beperking. “Van alle fte die voor buurtsportcoaches in Nederland beschikbaar zijn (bijna 3.500) worden volgens de gemeenten 220 fte op mensen met een beperking ingezet”, zegt Van Lindert. “Het feit dat de gemeenten oog hebben voor de doelgroep betekent dus nog niet dat er meteen ook een verhoogde sportdeelname is.”