Omarm de verschillen

Naomi Doevendans (25) uit Amsterdam

“Sinds ik parttime in een rolstoel zit, aaien mensen mij. Geen idee waarom. Het lijkt wel alsof ze mij als object zijn gaan zien, een stukje minder mens. Ik word ook regelmatig aangesproken alsof ik een kind ben. Zeker wanneer je ziekte van buiten niet meteen zichtbaar is, nemen mensen je niet serieus. Ik moet mij continu verantwoorden, terwijl dat helemaal niet zou hoeven. En dan heb ik het nog niet eens over de problemen bij het vinden van een baan of de ontoegankelijkheid van openbare ruimtes. Daarbij is de boodschap eigenlijk: mensen met een beperking zijn niet welkom. Waar ik het hier over heb is validisme. Dat is de systematische onderdrukking van mensen met een beperking. De afgelopen jaren heb ik als activiste gestreden om dit onderwerp op de kaart te zetten, door interviews te geven en mij op sociale media uit te spreken. Maar het leek wel alsof ik in een woestijn riep waar niemand luistert. Op een gegeven moment was ik op. Ik raakte depressief en ben een lange tijd in de rouw geweest na het overlijden van mijn moeder. Het werd mij duidelijk dat ik een ander pad moest inslaan.

Ik gaf al workshops en praatte met politici, daar wil ik nu nóg meer op focussen. En op onderwijs voor kinderen. Door voorlichting te geven over validisme kan ik namelijk wel voor verandering zorgen. Zo heb ik een petitie opgezet voor de loondispensatie. Deze heb ik destijds met 85.000 handtekeningen aan toenmalig staatssecretaris Tamara van Ark aangeboden. Als mensen het probleem zelf niet ervaren, dan is het er ook niet. Daarom is diversiteit in de politiek zo belangrijk. Politici beslissen over de levens van vele anderen, terwijl ze bijvoorbeeld niet weten hoe het is om met een beperking te leven. Dat zie je terug in de bezuinigingen in de zorg. Zij zien alleen het financiële plaatje, terwijl wij met de gevolgen moeten leven. Gelukkig hoor je nu steeds meer dat er te veel wegbezuinigd is, dat de wachtlijsten in de GGZ te lang zijn of dat de openbare ruimtes te ontoegankelijk zijn. Wij wisten dat natuurlijk allang, maar dat besef komt nu ook langzaam bij de mensen die er niet direct mee te maken hebben. Ook het belang van Nederlandse gebarentaal wordt steeds meer erkend. Van die ontwikkelingen word ik wel blij. Ze laten zien dat onze situatie niet totaal uitzichtloos is.”

Fragment uit een interview van Melanie Zierse voor het magazine @Holland van de Provincie Noord-Holland